In de wereld van vastgoed is de vierkante meter meer dan een fysieke maat; het is een economische eenheid die direct gekoppeld is aan marktwaarde. De prijs per vierkante meter is de belangrijkste Key Performance Indicator (KPI) voor waardebepaling. Om deze markt transparant en eerlijk te houden, is strikte regulering noodzakelijk.
Voorheen was het meten van vastgoed in Nederland onderhevig aan interpretatieverschillen. Makelaars konden creatief omgaan met ruimtes onder schuine daken, vides of algemene ruimtes, waardoor woningen op papier groter leken dan ze in werkelijkheid waren. Om "appels met peren vergelijken" te voorkomen, is de NEN 2580 norm in het leven geroepen.
De NEN 2580 ("Oppervlakten en inhouden van gebouwen - Termen, definities en bepalingsmethoden") is de Nederlandse norm die dicteert hoe er gemeten moet worden. Sinds 1 september 2010 is het voor makelaars verplicht om woningen in te meten volgens de meetinstructies die op deze norm zijn gebaseerd.
Dit is de oppervlakte van de ruimte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte omhullen. Simpel gezegd: de buitenmaten van het pand.
Dit is de nuttige oppervlakte, gemeten binnen de buitenwanden. Dit is de 'leefruimte' waarvoor de consument betaalt. De GO wordt verder onderverdeeld in categorieën zoals 'wonen', 'overige inpandige ruimte', 'gebouwgebonden buitenruimte' (balkons) en 'externe bergruimte' (schuren).
De Branchebrede Meetinstructie bevat cruciale regels over wat niet mag worden meegeteld als gebruiksoppervlakte wonen:
Een correct NEN 2580 meetrapport is essentieel voor risicobeheersing. Fouten kunnen leiden tot rechtszaken waarbij kopers compensatie eisen voor 'ontbrekende' meters.